*Let op: de foto’s in dit artikel kunnen als schokkend worden ervaren. Dus scroll niet verder als je een zakke maag hebt.

Donderdag

-“Hoi, met Mary” hoor ik als ik de telefoon opneem. Het is donderdag, 9h in de ochtend. Ik verwacht geen telefoontje van de eigenaresse van de pensionstal waar mijn paard staat. Maar misschien belt ze over iets van mijn werk of over een factuur. Wat ik te horen krijg is wel het laatste wat ik verwacht.


-“Ik ging Happy in de wei zetten samen met de schimmel. Happy had al een beetje haast, terwijl het schimmeltje achter bleef. Maar zodra ik ze in het land heb gezet, pakt de schimmel Happy en ik zie het helemaal uit de hand lopen. Dus ik wil Happy er snel uithalen, maar die rent in blinde paniek ZO tegen het hek aan. En tja, nu ligt zijn borst een beetje open en heeft hij een schaafwond aan zijn been. Het is niet erg hoor, en hij loopt gewoon goed. Maar het moet wel even gehecht worden”. Potver, denk ik, we zijn net zo lekker aan het trainen. Maar blijkbaar valt het allemaal wel mee.


-“Ik zal de dierenarts bellen. Het is maar een winkelhaak van 3 bij 3”. Ik ga ervan uit dat ze centimeter bedoelt. “Maar maak je maar geen zorgen”. Ze kennen me een beetje. Ik maak me wel snel zorgen. Ik ben superblij dat ik op zo’n fantastische stal sta met zulke betrokken bedrijfsvoerders. Het is een warme dag, dus als er gehecht moet worden, met het snel gebeuren. Ik ben op de fiets dus kan met geen mogelijkheid snel bij mijn paard zijn. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goedkomt.

Toevallig was een vriendinnetje op stal.
“Het ziet er mooi uit hoor As, en Happy staat heel rustig :-)”. Het kan ook niet anders, want hij is verdoofd. Op mijn verzoek stuurt ze twee foto’s.

Het valt me inderdaad mee. Opgelucht haal ik adem en werk ik door.

Tussendoor heb ik nog telefonisch contact met de staleigenaresse.
– “Het is allemaal goed gegaan, hoor. De dierenarts dacht het in eerste instantie wel met krammetjes af te kunnen, maar in het midden was het gat de groot dus vanaf daar is het gehecht. Hij moet nu twee dagen binnen blijven, maar hij kan daarna wel weer de wei op. Als je dat wilt”. Ik zit er inderdaad niet op te wachten dat dit nog een keer gebeurt. “Je kunt gewoon stappen en over een week kun je wel weer rijden. Het moet indrogen dus je hoeft het verder niet te spoelen. Na 10 dagen mogen de krammetjes eruit, dus dan moeten we weer even een afspraak maken”. Ik bedank haar voor de goede zorgen (TOP).

Als ik na werk thuis kom, hoef ik dus helaas niet mijn rijbroek aan te trekken. Met een beetje weemoed, maar wel met een positieve mindset stap ik in de auto. Na Happy blij begroet te hebben, stort ik compleet in als ik de wond op zijn borst zie.

Hij wil bijna zijn stal niet uit en bij elke pas die hij zet, gutst het vocht uit zijn wond. Dit ziet er allesbehalve goed uit. Ik App snel mijn vriendinnetje en uit mijn zorgen. Ze reageert niet (story of my life, haha). Ik stap een beetje met Happy over het erf. Hij loopt wel steeds een beetje beter (zal ook wel stijfheid geweest zijn), maar de pijn is van zijn hoofd af te lezen. ZO zielig.

Ik wil hem niet teveel pesten dus zet hem niet veel later op stal. En geef hem heel veel wortels en knuffels.

“Het is een nare wond op een vervelende plek” schrijft mijn trainster mij. Voor een anders zo nuchter persoon, stelt mij dit niet gerust.

“Schrijf het van je af. Dat helpt mij altijd erg” zegt mijn beste vriend. Hij voelt mijn pijn en ongerustheid. Ik zie mezelf er nog niet over een week weer opzitten en de aanblik van nietjes in mijn paard stemt me droevig en doet me pijn.

Vrijdag

-“Ja, de dierenarts had al gezegd dat er nog wondvocht uit ging komen. Sorry, ik las je appje pas later” stuurt mijn vriendinnetje. Gelukkig maar!

Na werk sjees ik er weer naartoe. Het ziet er echt een HEEL stuk beter uit.

Ongelooflijk hoe snel een lichaam dit soort dingen op kan lossen. Ik geloof echt in de zelfhelende kracht van het lichaam. De eerste paar meters zijn nog moeizaam, maar al snel zie je ook daar niets meer van.

Ik overleg met mijn bijrijder/ steun/ toeverlaat Kelly en we maken er wat grappen over. Omdat hij aan elkaar genaaid is als een lapjesdeken, moeten we hem nu maar Lappie noemen.
“Happy is nu even UnHappy” sluiten we af en we gaan ervan uit dat hij snel weer door de bak heen scheurt – maar dan inclusief oorlogswond.

Zondag

“Kun je hem geen broek aantrekken” stelt mijn beste vriend voor. Ik uit hem mijn zorgen dat ik toch huiverig ben hem binnenkort de wei op te zetten. Bang dat het andere paard weer “toeslaat”.
“Of anders misschien een short om hem te beschermen”. Ik moet keihard lachen. Het is maar goed dat hij geen paard heeft.

Gisteren heeft mijn Kelly hem verzorgd. Het zag er volgens haar goed uit (voor zover iets dergelijks er goed uit kan zien). Dus ik ben benieuwd wat ik vandaag ga aantreffen.

Dit stemt mij wel gelukkig! Happy is weer happy en ik heb met stappen mijn handen vol. Een goed teken – al zou ik er normaal niet blij mee zijn dat hij over het erf danst.

Maandag

Vol goede moed stapte ik in de auto. Happy begroette me vrolijk – een goed teken. Als ik de staldeur open doe, zakt de moed me toch wel weer een beetje in de schoenen.

Het is behoorlijk aan het “werken”. Er komt weer meer vocht en viezigheid uit. Dat is trouwens maar goed ook, want het is een behoorlijke “bult”. Hij heeft nu ook een hangborst.

Ik heb een heel stuk buiten gelopen – een goede oefening en niet iets wat ik normaal zou doen (hij is nogal heetgeblakerd buiten). Hij stapte vrolijk door.

Hij keek zijn ogen uit. En juist doordat hij zich zo goed voelde, stapte ik, ondanks de vieze wond, toch met een optimistisch gevoel in de auto. Dit komt goed!

Dinsdag

Ik ben blij verrast als ik de staldeur open doe.

Dit ziet er weer beter uit. Het lichaam is dingen aan het fixen (go witte bloedlichaampjes, go). Ik neem Happy mee naar de Bult. Iets wat ik normaal nooit zou doen, maar een half uur rondjes op het erf stappen is niets voor mij. Ik stuur Kelly een foto als bewijs van mijn heldhaftige actie.

-“Wow, vond hij het eng?” stuurt ze terug.
“Hij misschien niet, maar ik wel” antwoord ik.

Bij (heelhuidse) terugkeer op stal, zie ik dat de wond toch weer is gaan “werken”.

Toevallig zie ik de staleigenaresse dus ik schiet haar even aan.
“Het is nog niet helemaal dicht” constateert ze “ik zou hem nog niet de wei op doen”. Altijd fijn als mensen even meekijken. “Probeer het maar een beetje schoon te maken anders. Al is het niet erg dat het vuil eruit komt”.

Hij heeft al minder “hangborst”. Al zie ik mezelf er nog niet over twee dagen weer op rijden.

to be continued