Date Domper

“Bekend gezicht. Hij heeft van mij ook een hartje gekregen. Leuke jongen. Veel plezier”. Ik stuur mijn vriendinnetje een foto van mijn date van vanavond. Ik deel haar mening; volgens mij is het een grote, stoere man. Precies mijn type, ik heb er zin in. Ook al baal ik er een beetje van dat hij gelijk verwacht dat ik zijn kant op kan komen; het is ruim 40 minuten rijden. Maar dat is natuurlijk niks als het mijn droomman blijkt te zijn.

Vol goede moed stap ik in de auto – ik ben zelfs 5 minuten te vroeg, iets wat bijna nooit voorkomt. De zon werkt goed mee en ik zit te genieten van de muziek in mijn auto. Het is druk op de plek waar we hebben afgesproken. Ik parkeer mijn auto en zie niemand die op mijn date lijkt. Ik besluit buiten te wachten. Dicht bij de auto; dat is tenslotte een goed herkenningspunt.

Er stopt een auto voor me. Zal dat hem zijn? Het raampje van de auto gaat naar beneden. “Is er een feestje hier?” wordt mij gevraagd. Wat een rare vraag, dit zal mijn date niet zijn, toch? “Niet dat ik weet” antwoord ik naar waarheid. “Je ziet er anders wel uit alsof je naar een feestje gaat. WoW”. Ik glimlach. De man maakt geen aanstalten verder te rijden en staat nog altijd met draaiende motor pal voor me. Ik voel me ongemakkelijk. Ik pak mijn telefoon – iets wat ik steeds minder vaak doe – en constateer dat mijn date al een half uur niet online is geweest. De man die mijn uitzicht opsiert zit inmiddels non-stop te drukken op zijn telefoon. Het laatste restje twijfel dat dit mijn date is wordt hiermee weggenomen.

“De dresscode was toch casual” hoor ik opeens achter me. Ik draai me om en ben blij dat hij dit zegt – ik denk dat ik mijn date anders niet herkend had. Ik schat dat hij zo’n 15cm kleiner is dan ik en even heb ik spijt van mijn keuze om hakken aan te doen. Zijn petit lichaamsbouw past niet bij de verwachting die ik had. Het maakt mij allemaal niet uit; uiterlijk is voor mij van minder belang. “Zullen we binnen een drankje halen aan de bar?” stel ik voor, waarna we naar binnen lopen.

Het is er rustig; de meeste mensen zitten lekker buiten. Ik kies een Spaanse rode wijn. “Corona” antwoordt mijn date, als hem gevraagd wordt wat hij wil bestellen. “Ik betaal” stel ik voor. Hij accepteert het genereus. “Ik betaal de pizza wel”, stelt hij voor. Op dit moment moet ik daar nog even niet aan denken; ten eerste heb ik nog niet zo’n honger en ten tweede betwijfel ik nu al of we wel een match zijn.

We vinden een mooi plekje in de zon en ik heb het gevoel dat ik mijn date het hemd van het lijf vraag. Als je dingen vertelt, herhaal je slechts wat je al weet. Vragen levert je vaak nieuwe informatie op. Hij vertelt dat hij ook paardgereden heeft en dat hij in de “fashion” zit. Hij vertelt dat hij twee kleine kinderen heeft. “Ik zei vroeger altijd al: ik wil kinderen. En niet: ik wil een gezin”. Wat een rare stelling, denk ik. Ik vind een partner toch ook wel een belangrijk onderdeel van een gezin. “En nu ik twee kinderen heb, heb ik dus eigenlijk al alles wat ik wilde”.

Hij vraagt of ik kinderen wil. Ik ben van mening dat dat een beslissing is die je samen neemt met je partner. En antwoord hem dat. Als ik kinderen zou “nemen”, zou ik ze hetzelfde willen geven als ik zelf gehad heb en dat is een stabiel gezin met liefdevolle ouders waar het bij niemand aan iets ontbrak. Er zijn al genoeg kinderen in gebroken gezinnen. Dat heb ik recentelijk nog ondervonden. En ten slotte is het geen gegeven feit dat je kinderen samen kunt krijgen.

We praten over koetjes en kalfjes en elke keer als hij over zijn (overleden) moeder begint, valt mijn wijnglas (wijnbekertje) om. Een heel bijzondere gewaarwording die onze ontmoeting een kleine, spirituele tint geeft. “Zal ik even bellen om de pizza te bestellen?”, stelt hij voor. Leuk – een man die initiatief toont. Ik wijs naar mijn plastic bekertje welke nog tot de helft gevuld is. Hij vertelt dat hij “geen grote eter” is en recentelijk een groot aantal kilo’s kwijtgeraakt is. Oh god, denk ik. Als iemand moeilijk doet met eten, vind ik dat wel echt een beetje een afknapper. Waarom stel je dan voor om wat te eten?

Hij heeft, net als ik, al op de menukaart gekeken dus even later bestellen we de pizza’s die al sinds de middag in onze geheugens gegrift staan. We verlaten ons plekje in de zon en ik worstel me op hoge hakken door het grint om mijn auto te bereiken. Het is een kort ritje naar de pizzabakker en hij wijst aan waar hij woont. “Daar mag je me straks wel afzetten” zegt hij – hij is komen lopen.

De pizzazaak is gevestigd in een oude dansschool – hallo spiegelwand. “Ik weet zeker dat je in de spiegels gaat kijken”, zegt hij en dat heeft hij helemaal juist :-). Onze pizza’s liggen al klaar en we zoeken er een lekkere, rode slobberwijn bij om ze mee weg te spoelen. We krijgen zelfs wijnglazen mee. “Kan ik contant betalen?” vraagt hij. Helaas accepteren ze dat niet. “Oh, dan kan ik niet betalen. Ik heb geen pinpas”. Hij duwt me een deel van het bedrag in de handen en ik betaal met mijn telefoon. “Vreemd, geen pinpas”, denk ik nog.

Als we buiten komen, is de wereld gehuld in schaduw – de zon is zojuist ondergegaan. Het is fris en we zien geen fijne plek in de zon – ik ben een koukleum. Hoopvol rijden we terug naar de plek waar we elkaar ontmoette. Helaas bereiken de zonnestralen ook deze plek niet meer. Ik pak mijn jas en we gebruiken een blok beton als eettafel. De pizza’s zijn inmiddels even koud als het blok beton, maar dat mag niet deren. Ook al heeft de eerder gesmolten kaas inmiddels weer zijn vaste vorm aangenomen. Ik gooi mijn charmes in de strijd om zijn lederen jas (prachtig!) te ruilen voor een van mijn jassen. “Als je me thuisbrengt, ga ik ernaar kijken”. Mijn idee was hem gewoon voor de deur af te zetten en ik ben helemaal niet van druk opleggen (helemaal niet op een eerste date), maar het is wel een ERG gaaf jasje :-).

Mijn vingers zijn blauw als er nog een halve pizza in mijn doos ligt – ik ben er wel klaar mee. Met de pizza en de date. Zoals beloofd breng ik hem netjes thuis (waar zijn toch die hoffelijke mannen?) en krijg ik thee aangeboden. Hij probeert mijn jassen aan maar we zijn het beide eens dat in dit geval “van ruilen komt ruilen” van toepassing is. Dus dat doen we maar niet. “Je hebt nog geen slok van de thee genomen” zegt hij verbaasd, als ik even later zeg naar huis te gaan. Ik ben blij als ik weer in mijn auto zit en zet de verwarming op “standje kernsplitsing”.

“Hey hey. Je bent zo stil ineens. Hoe komt dat?”, appt hij me twee dagen later. Ik reageer door hem “casual” te vragen of hij de wijnglazen al teruggebracht heeft naar de wijnboer, waarop hij reageert.

“Hey ff ter zake, ik weet al waar dit naar toe gaat. Ben alleen benieuwd wat in je hoofd omgaat/ging precies. Ik had juist het gevoel dat we wel een klik hadden. Just curious”. Als ik dit berichtje weer een dag later krijg, weet ik dat ik er niet meer mee wegkom en kraak mijn hersens. “Ik voelde geen klik” resulteert vaak in meer vragen dan dat het antwoorden geeft. Dus ik besluit een uitvoerig antwoord te typen.

“Je bent volgens mij een superleuke boy. Ik ken je nog niet zo goed, natuurlijk. Maar volgens mij zijn wij wel echt heeeeelllllll verschillend, en dan bedoel ik met name op het gebied van hoe we een relatie zien. “Ik wil wel kinderen, maar geen gezin” gaf je zelf al heel duidelijk aan. En dat je dat al hebt – ik hou wat dat betreft liever een deur open, waar jij die heel duidelijk dicht doet. Ook vind ik het super belangrijk dat een man OOK zijn zaken op orde heeft haha, dus wel gewoon een pizza kan betalen of een pinpas heeft”. Als ik op verzenden gedrukt heb, lees ik mijn zojuist verstuurde bericht nogmaals door. “Sorry, ik zeg dit vast heel stom haha” stuur ik er – naar waarheid – achteraan.

Een half uur later trilt mijn horloge om een nieuw ontvangen bericht aan te kondigen. “Nou kijk nu praten we echt. Over kids enzo begrijp ik het wel. Ik kan wel aan kids denken maar niet nu maar over 4,5 jaar ofzo, als mijn kids al wat ouder zijn. En daar zat ik ook een beetje mee idd, het financieel gedeelte. Ik ben totaal niet zo van going Dutch maar ik zit nu in een financieel wat lastig fase ivm faillissement van m’n zaak vorig jaar en heb het nu niet super breed. En ik wil ook niet dat een vrouw voor mij dingen betaalt maar wil ook geen belemmering zijn in leuke dingen doen. Al hoeft dat niet altijd (veel) geld te kosten. Maar ja het is nu wat het is”. Hij is keurig op al mijn punten ingegaan. Maar voor mij verandert er niets. “En vergeet niet, ik heb de pizza betaald”. Misschien had ik toch op de een of andere manier “geen klik” erin moeten verwerken. Ik besluit het hierbij te laten.

Mijn verbazing is groot als er drie dagen later weer een bericht van hem binnen komt. Niet zo zeer over de berichtgeving. Maar wel over de inhoud ervan. “Weet je, ik dacht voor even dat er meer inhoud in je zat dan een oppervlakkige fashion doos, maar ik had het verkeerd, Astrid. Succes en hopelijk kun je je gezin stichten voordat je biologische klok af is getikt”. Mijn mond valt open als zijn volgende berichtje letterlijk een kopie is van mijn eerdere bericht. “Sorry, ik zeg dit vast heel stom haha.”.

Ik ben verbouwereerd. Wat een ontzettend kinderachtige, nare trap na. Ik heb altijd geleerd “als je niets aardigs te zeggen hebt, zeg dan niets”. En verder heb ik hem geen enkel kwaad berokkend. Waar verdien ik dit aan? Ik besluit het hierbij te laten. Tenslotte, “never argue with an idiot, because they will drag you down to their level and beat you with experience”. Dit heeft me al vaak – met opgeheven hoofd – doen “weglopen” van ruzies. Ik bijt nog liever mijn tong af dan dat ik iets onaardigs tegen iemand zeg.

“Wees blij dat je nu weet wat voor persoon het is”, reageren mijn vrienden. “Hoe anderen jou behandelen, is hun karma. Hoe je reageert is de jouwe”, denk ik, en met een glimlach leg ik mijn telefoon weg.